• PLAN DI AKSHON
    MFK 2016
  • flag-curacao flag-holanda
Home Gerrit Schotte Statenvoorzitter frustreert vragenrecht van statenleden

Vorige week stelde de MFK fractie bij de behandeling van de begroting in de eerste termijn vragen aan minister Jardim van Financiën, die door hem niet werden beantwoord. Toen de MFK fractie hem wilde vragen alsnog te reageren, werd zij door de voorzitter van de Staten daarvoor verwezen naar de tweede termijn. De vragen moesten maar herhaald worden in de tweede ronde van de begrotingsbehandeling. De fractie protesteerde daartegen, omdat zij daarin een schending zag van de rechten van statenleden, zoals die bijvoorbeeld voortvloeien uit de inlichtingenplicht van ministers op grond van artikel 57 van de Staatsregeling.

De fractie kreeg echter geen gehoor en de griffier van de Staten werd verzocht over het voorval te adviseren. Volgens hem zijn de rechten van de statenleden door de handelwijze van de voorzitter niet geschonden. Hij wijst er op dat Ministers volgens artikel 57 van de Staatsregeling vragen van statenleden moeten beantwoorden “binnen een redelijke termijn”. Daaraan zou door de voorzitter de uitleg kunnen worden gegeven, dat beantwoording van in de eerste termijn gestelde vragen in de tweede termijn ook “binnen de grenzen van de redelijkheid valt”. Er zouden dus geen rechtsregels zijn geschonden.

De MFK fractie kan zich in die uitleg niet vinden. Het gaat immers niet om een redelijke termijn voor beantwoording van gestelde vragen, maar om het karakter van de tweede termijn van de begrotingsbehandeling in de Staten. Die tweede termijn is verplicht voorgeschreven in artikel 71 van het Reglement van Orde van de Staten. De betekenis daarvan is, dat daarin door de leden van de Staten kan worden gereageerd op wat in eerste termijn is gezegd. Dat recht kan de voorzitter hen niet ontzeggen. Door voor een herhaling van in eerste termijn niet beantwoorde vragen te verwijzen naar de tweede termijn, heeft de Statenvoorzitter het karakter van de tweede termijn van behandeling miskent en statenleden in beginsel het recht ontnomen om op de beantwoording van de minister nog te kunnen reageren. Dit betekent uiteraard, dat een minister in eerste termijn gestelde vragen nooit kan negeren; dat zou de zin ontnemen aan een statendebat en in die zin ook in strijd zijn met artikel 57 Staatsregeling. De voorzitter is immers niet bevoegd de leden nog een derde termijn toe te staan. Daarvoor is instemming van de Staten als geheel noodzakelijk.

De handelwijze van de Statenvoorzitter was daarom wel degelijk in strijd met het Reglement van Orde. Daar heeft ook het advies van de griffier niets aan kunnen veranderen.

Het is goed als de bevolking daarvan kennis neemt.

Curaçao, 23 November 2014

GFS 21 November 2014

 

Webmaster

Leave a Reply