• PLAN DI AKSHON
    MFK 2016
  • flag-curacao flag-holanda
Home Gerrit Schotte Conform het Statuut het voeren van buitenlands beleid niet uitsluitend een koninkrijk...

Allereerst wijzen wij erop dat, hoewel het Koninkrijk een volkenrechtelijke rechtspersoon is, de landen van het Koninkrijk afzonderlijke economieën vormen. Met andere woorden, het Koninkrijk is geen douane-unie, noch vormt het een economische- en monetaire unie. Het Koninkrijk vormt zelfs niet eens een vrijhandelszone. Het gevolg hiervan is dat buitenlandse economische betrekkingen van de afzonderlijke landen van het Koninkrijk van elkaar kunnen verschillen. Dit wordt dan ook tot uitdrukking gebracht in artikelen 25 en 26 van het Statuut voor het Koninkrijk.

Ingevolge die bepalingen kan het Koninkrijk Curaçao niet tegen haar wil aan een internationale financiële- en/of economische regeling binden, noch kan het Koninkrijk een dergelijke regeling die voor Curaçao geldt opzeggen, zonder dat Curaçao daarmee instemt. Dat is dan ook de reden waarom de rijkswetgever de bevoegdheid ontbeert om bij rijkswet Curaçao te dwingen om internationale economische- en financiële sancties over te nemen. Het zijn dan ook deze omstandigheden die verklaren waarom in 1957 de toenmalige Nederlandse Antillen ervoor geopteerd hebben om geen integraal onderdeel te worden van de Europese economische integratie, om zich later (1962) slechts te associëren met de EU conform de bepalingen inzake de associatie van de Landen en Gebieden Overzee (LGO).

Uit het feit dat Curaçao uitsluitend onder het LGO-regime valt volgt dat zij, anders dan Nederland, niet gebonden is aan het Europese gemeenschappelijk handelspolitiek en dus ook niet aan daarop gestoelde economische- en financiële sanctiemaatregelen (bijv. in- en uitvoerverboden, bevriezing van tegoeden etc.). In het verleden is het inderdaad voorgekomen dat om economische redenen het noodzakelijk was voor Curaçao om zich niet aan te sluiten bij Europese sancties. In de jaren 90 was dat bijvoorbeeld het geval met de sancties tegen Cuba en tegen Haïti. Toen werd erkend dat de ontegenzeggelijke economische belangen van de Nederlandse Antillen (dokmaatschappij, handel in de vrijezone etc.) zich verzetten tegen een dergelijke aansluiting. Met andere woorden, het Statuut biedt de mogelijkheid voor dergelijke flexibiliteit en er kon dus daarvan gebruik worden gemaakt wanneer dat nodig bleek. Overigens, het verleden leert dat met deze flexibiliteit uiterst spaarzaam wordt omgegaan. Wij zien derhalve geen enkele reden waarom dat in de toekomst anders zou zijn.

emancipatie

 

Webmaster

Leave a Reply